Herbebossing, Tanzania

Samenvatting project

Dit herbebossingsproject legt commerciële bossen aan in de districten Uchindille en Mapanda in de zuidelijke hooglanden van Tanzania in een gebied dat als aangetast grasland was geclassificeerd.

Het project reduceert CO2-emissies aan de hand van koolstofvastlegging of ‘koolstofputten’: een proces waarbij broeikasgassen uit de atmosfeer worden gehaald. Bosecosystemen worden beschouwd als natuurlijke koolstofvastleggings – en opslagsystemen, maar worden in toenemende mate bedreigd. De gevolgen voor het milieu hiervan zijn tweeledig: niet alleen veroorzaakt ontbossing een directe stijging in CO2-emissies, het vermindert ook de natuurlijke capaciteit van de planeet om CO2 uit de lucht te halen d.m.v. koolstofputten.

Het Uchindille Mapanda project gebruikt een duurzame oogsttechniek die bestaat uit de cyclische, niet-uitputtende verwijdering en herplanting van bomen.
Op deze manier blijft de basis bosbedekking en de regeneratiecapaciteit voortdurend gehandhaafd. Tien procent van de CO2-opbrengst uit bossen is toegewezen aan initiatieven die de plaatselijke gemeenschappen in de buurt van of binnen de projectgrenzen ten goede komen. De beslissing over hoe het geld wordt besteed, wordt gemaakt in overleg met de plaatselijke dorpen op basis van hun eigen prioriteiten. Deze worden besproken in dorpsraden met een minimale vrouwelijke vertegenwoordiging van 35%. De projectontwikkelaar geeft de dorpsbewoners ook gratis jonge boomplantjes uit de kwekerij en heeft een co-operatie opgezet waarbinnen families en dorpsbewoners kunnen leren hoe ze hun eigen kleine particuliere bosbezit moeten verzorgen.

Dit project is het eerste ‘Agriculture, Forestry and Other Land Use’ (AFOLU) project dat werd geratificeerd onder de Voluntary Carbon Standard (VCS).

Projectomschrijving

Gebieden die respectivelijk meer dan 7.252 hectares (Uchindile) en 3.562 hectares (Mapanda) bestrijken, weden beplant met vier verschillende soorten bomen – twee soorten eucalyptus en twee soorten dennen. Het oogsten van de eucalyptus- en dennebomen gebeurt elke 13 en 21 jaar, waarbij het hout wordt gebruikt voor telegraafpalen, meubels en pallets. De netto groei van de bos-biomassa in de loop van de oogstcycli wordt gecontroleerd door satelietbeelden van het geografisch informatiesysteem (GIS) en door personeel op de grond en plaatselijke bewoners.

Verder werd er ook nog een variëteit aan exotische en inheemse boomsoorten en plaatselijke fruitsoorten gepland om de diversiteit te vergroten en de gezondheid en veerkracht van het bos te vergroten. De instandhouding van zeldzame en bedreigde boomsoorten vormt een integraal onderdeel van dit project en de plaatselijke gemeenschappen werken samen met de projectontwikkelaar om deze te beschermen.

Bijdrage aan duurzame ontwikkeling

Dit project levert een bijdrage aan duurzame ontwikkeling door de sociaal-economische ontwikkeling van de plaatselijke gemeenschappen te stimuleren aan de hand van:

  • het bevorderen van vermogensvorming door de dorpsbewoners in staat te stellen kleine bosgebieden te creëren met behulp van en opleiding door een plaatselijk co-operatief dat gesteund wordt door de projectonwikkelaar.
  • de overdracht van vaardigheden door het bevorderen en overbrengen van milieubehoud, het beschermen van waterbronnen en het vergroten van biodiversiteit (d.m.v. het beschermen en beheren van bestaande inheemse flora en fauna en waar mogelijk verrijkingsaanplanten met inheemse boom- en fruitsoorten)
  • het verschaffen van werkgelegenheid zowel op seizoens- als langetermijnbasis
  • inkomensvorming voor de gemeenschappen door de verkoop van koolstofcredits (10% van de winst van alle koolstofverkopen worden gebruikt voor ontwikkelingsprojecten ten behoeven van de plaatselijke gemeenschap.
  • de ontwikkeling van infrastructuren zoals wegen
  • de ontwikkeling van infrastructuren zoals gemeenschapsgebouwen
  • verbeterde toegang tot watervoorraden.

Voor meer informatie: targetneutral@bp.com