Castrol Vecton en REDD Forests, Australië





In 2016 introduceerde Castrol in Australië de eerste gecertificeerde CO2-neutrale olie voor dieselmotoren – Castrol Vecton. Deze olie is met name gericht op de vervoers- en wagenparkindustrie die een van de sterkst reguleerde industrieën in Australië is. De olie heeft netto broeikasgasemissies die over de gehele levensduur gelijk zijn aan nul dankzij de compensatie-inspanningen van Castrol, BP Target Neutral en het Redd Forest Grouped Project in Tasmanië, Australië.



Vecton werd onafhankelijk gecertificeerd op basis van de Australische nationale CO2-compensatienorm NCOS. Deze vormt een maatstaf voor bedrijven die vrijwillig hun activiteiten, producten, diensten en evenementen CO2-neutraal willen maken. De norm geeft een overzicht van de vereisten om CO2-neutraal te worden op basis van een rigoureus en transparant raamwerk dat is gebaseerd op relevante internationale normen en aangepast aan de Australische context.

Bij het behalen van een CO2-neutrale status worden gegevens van Castrol fabrieken, productformuleringen, fabricage, verpakking en logistiek in acht genomen. Nadat deze gegevens waren vergaard, heeft Castrol een CO2-reductieplan opgesteld en zich toegelegd op het certificatieproces. De gemiddelde tijd tot certificatie is zes tot twaalf maanden.

De gemeten CO2-emissies gedurende de levenscyclus van Castrol Vecton worden vervolgens gecompenseerd door projecten te ondersteunen die ofwel het vrijkomen van CO2 voorkomen of die de hoeveelheid CO2 uit de lucht opnemen die anders in de atmosfeer zou zijn achtergebleven.

Hierbij heeft Castrol samengewerkt met BP Target Neutral om CO2-compensatiecredits te kopen in een project in Tasmanië om Vecton CO2-neutraal te maken in zijn eerste jaar van certificatie. Het project is het eerste REDD (Reduced Emissions from Deforestation and Degradation – reductie van broeikasgasemissies uit ontbossing en bosdegradatie) programma in Australië dat voldoet aan de normen voor klimaat, gemeenschap en biodiversiteit.

Het doel van het project is de inheemse regenwouden van Tasmanië te beschermen en omvat een overeenkomst met plaatselijke boeren om stukken land niet te vellen en het hout niet te oogsten. Door landeigenaren een alternatieve bron van inkomsten te bieden, hoeven deze niet langer deel te nemen aan destructieve bosbouwpraktijken. Als gevolg van hun besluit om hun bossen te beschermen in plaats van te kappen, helpen de betrokken boeren gedurende de levensloop van het project de emissie van meer dan een half miljoen ton aan CO2 voorkomen.